Boek
Meertalig
Het verhaal van Félicité, een wat naïeve en simpele ziel, die reeds sinds haar 18de de erg toegewijde dienstbode is van Madame Aubain. De tijd verstrijkt en tenslotte verliest ze iedereen van wie ze houdt.
Onderwerp
Dienstpersoneel
Titel
Een simpele ziel
Andere titel
Un coeur simple
Auteur
Gustave Flaubert
Vertaler
Joost Willems
Illustrator
Auguste Leroux
Taal
Meertalig, Frans, Nederlands
Oorspr. taal
Frans
Oorspr. titel
Un cœur simple
Uitgever
Venlo: Shinz, © 2020
80 p. : ill.
Aantekening
Franse tekst naast Nederlandse vertaling
ISBN
9789491032509 (paperback)

Besprekingen

Het verhaal ‘Un coeur simple’ uit 1877 van de Franse schrijver Gustave Flaubert (1821-1880) is kennelijk een geliefd object voor vertalers. In 2016 verscheen het als ‘Een eenvoudig hart’ bij Boekwerk & partners; nu verschijnt het in een mooie, tweetalige editie als ‘Un coeur simple – Een simpele ziel’. In een dwarse uitgave: links de Franse tekst, rechts de vertaling in het Nederlands, met in de brede marges illustraties en verklarende aantekeningen. Deze lijkt wat vrijer. Een interessante uitgave voor liefhebbers van de Franse literatuur die de vertaling met het origineel willen vergelijken of af en toe op het origineel willen teruggrijpen. Hoofdpersoon van het verhaal is Félicité, de dienstbode van het gezin Aubain, een simpele ziel. Ze maakt triviale gebeurtenissen mee, maar ook belangrijke, zoals de dood van haar neef, die van de dochter des huizes en ten slotte die van mevrouw Aubain. Daarop draagt ze haar liefde over op een papegaai, Loulou. De stijl van deze vertelling is eenvo…Lees verder

Over Gustave Flaubert

Gustave Flaubert (Rouen, 12 december 1821 - Canteleu, 8 mei 1880) was een Frans schrijver. Zijn bekendste werk is Madame Bovary.

Levensloop

Flaubert werd geboren als zoon van de chirurg Achille Cléophas en zijn vrouw Anne Justines. Hoewel hij op school weinig uitvoerde, hield hij zich al vanaf zijn elfde bezig met literatuur. Flaubert verliet Rouen in 1840 om in Parijs rechten te gaan studeren. Het Epilepsie-Museum in Kehl-Kork (Duitsland) rekent hem tot de lijst vermaarde lijders aan deze ziekte.

Omdat hij van het buitenleven hield en in Parijs niet kon aarden, reisde hij tegen het eind van het jaar 1840 af naar de Pyreneeën en Corsica. Na zijn terugkeer in Parijs deed hij niets anders dan zijn tijd verspillen aan sombere dromen. In 1846 besloot hij in Croisset, een gehucht vlak bij Rouen, een huis te bouwen voor zijn moeder, die alleen was achtergebleven in Rouen, nadat zijn vader en zijn zus Caroline waren over…Lees verder op Wikipedia